Welke onderzoeken vinden tijdens controles plaats?

Bij elke controle wordt naar de groei van de baarmoeder gevoeld. Zo controleert de verloskundige of uw kindje voldoende groeit. Vanaf de derde maand kunnen ook de harttonen van uw kindje gehoord worden met een zogenaamde doptone. In de laatste maanden van de zwangerschap onderzoekt de verloskundige de ligging van het kind. In de laatste maand wordt ook naar de indaling van de baby in het bekken gevoeld.

De bloeddruk
Bij elke controle wordt uw bloeddruk gemeten. De bloeddruk wordt weergegeven in een bovendruk en een onderdruk. De onderdruk is het meest belangrijk. Een lage bloeddruk tijdens de zwangerschap is heel normaal, maar kan soms wat vervelende klachten geven zoals duizeligheid. Een hoge bloeddruk betekent vaak extra onderzoek.

Het gewicht.
Het is belangrijk voor ons om uw startgewicht te weten aan het begin van de zwangerschap. Als u dat fijn vindt wordt bij elk bezoek uw gewicht gecontroleerd. Dit is niet verplicht omdat we weten dat gewichtstoename niets zegt over de groei van uw kind. Gemiddeld neemt uw gewicht met 10 tot 15 kilo toe.

Bloedonderzoek.
In het begin van uw zwangerschap wordt er wat bloed bij u afgenomen. Dit onderzoek wordt gedaan om ziekten bij uw baby te voorkomen.

Urine onderzoek.
Onderzoek van de urine is bij een ongestoorde zwangerschap niet noodzakelijk. Alleen op indicatie ( bijvoorbeeld bij een verhoogde bloeddruk) wordt gekeken of er eiwit in de urine zit.

Echoscopisch onderzoek
Iedere zwangere krijgt in het begin van de zwangerschap een echo aangeboden om de duur van de zwangerschap zo nauwkeurig mogelijk te kunnen vaststellen. Ook een eventuele meerlingzwangerschap kan dan worden aangetoond.
Bij een termijn van 20 weken heeft u de mogelijkheid tot het laten maken van een screeningsecho. Hierover kunt u in het begin van de zwangerschap informatie krijgen indien u dit wenst.